Menu

Onderwijsvisie

1. Onderwijsvisie

Binnen het kader van de Hogeschool Gent leidt de School of Arts jonge en creatieve kunstenaars, muzikanten en ontwerpers op die een eigen vormen-­‐, klank-­‐ of beeldtaal ontwikkelen binnen een persoonlijke praktijk. De praktijk vormt de kern van de opleiding. In een authentieke leeromgeving leren de studenten door voortdurend werk te creëren en te maken, zowel alleen als samen. De School of Arts stimuleert zowel in de bachelor-­‐ als in de masteropleidingen het onderzoek binnen dit creatieproces. Studenten worden opgeleid tot zelfstandige en onderzoekende makers. Studenten krijgen theoretische referentiekaders aangereikt waarmee ze kritisch kunnen reflecteren binnen hun praktijk alsook over de plaats die hun praktijk inneemt in de samenleving. De School of Arts functioneert als een gemeenschap, waarin studenten in co-­‐creatie informeel leren van elkaar. Er bestaat een interdisciplinaire openheid tussen de verschillende opleidingen. De School of Arts kent een sterke lokale verankering en werkt vanuit een internationaal perspectief. Wat zich binnen de campussen afspeelt interageert op actieve wijze met de samenleving. De vele werkvelden waar de opleidingen van de School of Arts op voorbereiden, resoneren in die opleidingen. De School of Arts activeert bij haar studenten de verantwoordelijkheid om met hun werk een kritische, creatieve en open samenleving te bevorderen.

2. Klemtonen

De onderwijsvisie wordt verduidelijkt en geëxpliciteerd aan de hand van acht klemtonen.

2.1. OPLEIDING ALS PERSOONLIJK PROJECT VAN DE STUDENTEN

De School of Arts stimuleert een pluraliteit aan artistieke praktijken en benaderingen, ook binnen éénzelfde opleiding of vakgebied. Zij ondersteunt haar studenten in de ontwikkeling van een persoonlijke praktijk, waarin ze een eigen vormen-­‐, klank-­‐ of beeldtaal hanteren. Het persoonlijke project van de studenten staat centraal. Om dit mogelijk te maken in een onderwijsproces is een bijzondere pedagogiek nodig, waarin ondersteuning, sturing en individuele begeleiding samengaan met het toekennen van vrijheid en autonomie. Studenten moeten heel wat leren en aanleren, en moeten tegelijk ook zélf zoeken, ondernemend zichzelf uitvinden als maker, ontwerper, vormgever, kunstenaar, uitvoerder of speler. De mogelijkheid om zelf de regie op te nemen over de eigen ontwikkeling en over het pedagogische proces, is essentieel. Dit groeit in de loop van de bacheloropleidingen, en fungeert als uitgangspunt in de master en in het doctoraat, waar de lesgever of promotor liever stimuleert dan stuurt.

2.2. DE PRAKTIJK STAAT CENTRAAL

De School of Arts is een authentieke leeromgeving. Studenten leren er door zelf werk te creëren en te maken, hetzij in het kader van gestuurde oefeningen en opdrachten, hetzij op vrije basis in een begeleide context. De praktijk vormt de kern van de opleiding. Zo’n praktijk kent diverse fasen en benaderingen, die kunnen worden uitgetest onder begeleiding van ervaren experten, de docenten. Aangezien het tonen en presenteren van het werk een essentieel onderdeel uitmaakt van deze praktijk, zijn toonmomenten en presenaties waar de studenten met (het bestaan van) een publiek leren omgaan, een belangrijk onderdeel van de opleiding, en dit zowel binnen als buiten de campussen.

2.3. ONDERZOEKEND

In haar onderwijs stimuleert de School of Arts het onderzoek in de praktijk van de studenten. Studenten worden opgeleid tot zelfstandige en onderzoekende makers. Dat onderzoek is zowel technisch, artistiek, vormgeeflijk, sociaal, emotioneel als theoretisch. De studenten experimenteren met de manier waarop werk tot stand komt, verkennen mogelijkheden en tonen de beslissingsprocessen. De school wil een sfeer van vertrouwen creëren die hen stimuleert en die experiment en innovatie mogelijk maakt. Hoezeer de opleidingen ook linken leggen met diverse werkvelden, toch wordt de student niet opgeleid om naadloos te voldoen aan geijkte formules uit dat werkveld. De School of Arts wil zowel voor de bachelor-­‐ als de masteropleidingen een vrijplaats zijn, waar er geen druk is van de markt, waar men risico’s kan nemen en waar de periferie en het ongewone een bron zijn van vernieuwing.

2.4. THEORETISCHE VORMING EN KRITISCHE REFLECTIE

De School of Arts legt nadruk op theoretische vorming en kritische reflectie. Het theoretisch luik van de opleiding wil de praktijk van de studenten voeden en verrijken. De theorie focust Onderwijsvisie Koninklijke Academie voor Schone Kunsten – Koninklijk Conservatorium / HoGent 3 op de technische kennis die nodig is om zich in een bepaald medium uit te drukken, en daar ook vernieuwend op in te grijpen. Door te spreken en schrijven vanuit de eigen praktijk en die praktijk te kunnen presenteren aan externen, worden de studenten mondig. Zij krijgen algemene referentiekaders aangereikt om goed geïnformeerd te kunnen reflecteren, zowel binnen hun praktijk als over de plaats die hun praktijk inneemt in de samenleving. De School of Arts leidt kunstenaars, musici, theatermakers, ontwerpers en vormgevers op tot (zelf)kritische makers. Zij activeert bij haar studenten de verantwoordelijkheid om met hun werk een kritische, creatieve en open samenleving te bevorderen.

2.5. INTERDISCIPLINAIRE OPENHEID

De School of Arts focust enerzijds op het specialistisch opleiden van de studenten in de technische en artistieke mogelijkheden van een gekozen praktijkveld. Anderzijds paart de School of Arts de grondige introductie in één artistieke of ontwerpende praktijk aan een sterke openheid tussen verschillende praktijken, instrumenten en artistieke disciplines, waarbij opleidingstrajecten, afstudeerrichtingen en opleidingen met elkaar interageren. Naar analogie met de praktijk in het werkveld, waar interacties tussen specialismen evident zijn en courant, wordt er in de opleidingen bewust ruimte gemaakt voor vormen van interdisciplinariteit. De aanwezigheid binnen één School of Arts van pedagogische expertises over een zeer grote veelheid aan artistieke benaderingen, praktijken en specialismen, maakt dit mogelijk. Kruisbestuiving wordt gestimuleerd door een cultuur van openheid tussen pedagogische trajecten, afstudeerrichtingen en opleidingen.

2.6. INFORMEEL LEREN

De School of Arts functioneert als een gemeenschap. Zij biedt een omkadering voor de ontmoeting tussen lerende individuen. Studenten leren evenzeer van elkaar als van hun docenten. Als dagelijkse werkplek zijn de campussen tegelijk een leer-­‐ en een leefomgeving. Ze zijn een werkplek waar studenten hun praktijk ontwikkelen tijdens en buiten de lessen. Leefruimtes zoals keuken, café, bibliotheek of tuin vormen een essentieel onderdeel van de onderwijsinfrastructuur. Het informeel leren gebeurt vaak via projecten die spontaan ontstaan binnen en buiten de school en die voorzover mogelijk worden ondersteund. In het kader van de studieprogramma’s worden co-­‐creatie en samenwerking tussen studenten actief georganiseerd. In theoretische opleidingsonderdelen en seminaries reflecteren ze samen over thema’s die voor hun praktijk relevant kunnen zijn. Intervisies en groepsbesprekingen betrekken hen bij elkaars werk. Studenten enthousiasmeren en inspireren elkaar.

2.7. LOKAAL VERANKERD, GLOBAAL GERICHT

De School of Arts wil bij haar studenten de actieve interesse voor de samenleving waarin zij leven stimuleren. Daarom zet zij, enerzijds, sterk in op een lokale verankering. Met haar artistieke programma’s en met onderzoeksresultaten verrijkt ze haar regionale en stedelijke omgeving. In samenwerkingsverbanden versterkt de School of Arts initiatieven uit de culturele sector. Met projecten op vlak van social design en van dienstverlening transformeert zij haar omgeving in co-­‐creatie met anderen. Deze lokale verankering gebeurt, anderzijds, vanuit opleidingen met een internationaal perspectief. De School of Arts wil haar Onderwijsvisie Koninklijke Academie voor Schone Kunsten – Koninklijk Conservatorium / HoGent 4 studenten een open venster bieden op een geglobaliseerde wereld. Actieve samenwerkingen met buitenlandse partners, internationale benchmarking, de uitbouw van een Engelstalig opleidingsaanbod en aandacht voor internationalisering in de curricula beogen een leeromgeving die een mondiaal burgerschap als uitgangspunt neemt.

2.8. INTERACTIE MET DE SAMENLEVING

De opleidingen streven naar een actieve interactie met de wereld buiten de campussen. De werkvelden waar de opleidingen van de School of Arts op voorbereiden, resoneren op diverse manieren in de school. Actieve kunstenaars, musici, film-­‐ en theatermakers, ontwerpers en vormgevers worden aangetrokken als lesgever en geven hun expertise en ervaring door. Dienstverleningsopdrachten waarin studenten actief worden betrokken brengen de onderwijscontext dicht bij een reële werksituatie. In het kader van opleidingsonderdelen als Stage (bachelor) of Kunst in het Werkveld (master) gaan de studenten zelf in het werkveld aan de slag. Met haar sterk uitgebouwde artistieke werking wordt de School of Arts zelf deel van het culturele veld. Dit genereert samenwerkingsverbanden met culturele organisaties en instellingen waarvan sommige op de campussen in residentie zijn. De artistieke programmatie, die zich richt tot een ruim extern publiek, vervult een scharnierfunctie in de interactie tussen school en samenleving.

3. Eenheid in verscheidenheid

De onderwijsvisie beschrijft en geeft richting. Op basis van de vastgestelde sterktes beschrijft zij enerzijds de feitelijke eigenheid van de opleidingen binnen de School of Arts. Anderzijds is zij ook waarderend en richtinggevend, en schuift ze daarom een aantal klemtonen naar voren die de School of Arts in de toekomst verder wil ontwikkelen en versterken.

De acht aangehaalde klemtonen definiëren samen een pedagogisch project, waaruit een specifieke onderwijscultuur ontstaat. Met deze onderwijsvisie profileert de School of Arts zich als geheel, over de verschillen tussen opleidingen en vakgroepen heen. De opleidingen ontlenen hun eigenheid in het onderwijslandschap onder meer aan dit overkoepelende pedagogische project en aan de schoolcultuur die daardoor tot stand komt.

De School of Arts streeft naar een inhoudelijke interactie tussen al haar kunst-­‐ en vormgevingsopleidingen, waarbij zij zich aan elkaars aanwezigheid verrijken binnen een gezamelijke onderwijscultuur. Daarom overkoepelt de onderwijsvisie ook de verschillen tussen de academische kunstopleidingen en de professionele kunstgerelateerde opleidingen.

De School of Arts beoogt een inhoudelijke versterking van haar opleidingen binnen het algemene kader van de onderwijsvisie. Naast de eigenheid die zij ontlenen aan de algemene onderwijsvisie, hebben alle opleidingen een duidelijk inhoudelijk profiel dat hen onderscheidt van soortgelijke opleidingen in andere onderwijsinstellingen.