Menu

agenda & nieuws

Hannah Van den Broeck wint prijs Belgische Vereniging van Tuin- en Landschapsarchitecten (17.01.20)

Elk jaar reikt de Belgische Vereniging van Tuin- en Landschapsarchitecten (BVTL) een prijs uit aan verdienstelijke studenten van elke landschapsschool in België. Voor HOGENT kreeg Hannah Van den Broeck de prijs toegekend. Hannah Van den Broeck heeft zich tijdens haar driejarige opleiding Landschaps- en tuinarchitectuur (School of Arts, HOGENT) bewezen als een zeer gedreven student. Voor de opleiding heeft ze in haar bachelorproef getoond hoe een landschapsarchitect vandaag de dag een opdracht dient te benaderen. Het 34 kilometer lange ‘Fruitspoor van Drieslinter tot Tongeren’ heeft ze breder getrokken dan de opdracht zelf: ze heeft een vernieuwend verhaal opgebouwd vanuit een breed werkend landschap. Voor de opleiding is het dan ook fijn om de inzet en motivatie van Hannah erkend te zien in zowel deze bijzondere prijs van de Belgische Vereniging van Tuin- en Landschapsarchitecten (BVTL), als in haar rechtstreekse instroom in de academische masteropleiding Landscape Architecture and Planning aan Wageningen University and Research (WUR). Naar aanleiding van de BVTL-prijs hadden we een gesprek met Hannah.

Wat gaf de doorslag om te kiezen voor de opleiding van landschaps- en tuinarchitect?

“Na het middelbaar was het voor mij nog onduidelijk wat ik zou gaan doen. Ik heb veel interesses en ging eerst nog een jaar met AFS naar Bolivië. Daarna heb ik besloten om de opleiding bio-ingenieur te volgen. Ik wou iets met natuur doen, natuur terugbrengen naar de stad. Deze interesse werd aangewakkerd door de vele reizen met mijn ouders naar natuurgebieden.

De opleiding bio-ingenieur was voor mij echter te theoretisch, ik miste het creatieve in deze richting. Toen deed mijn vader de suggestie om te gaan voor de opleiding landschaps- en tuinarchitectuur. Samen met mijn vader ging ik naar de opening van B-mine en heb ik met verschillende landschapsarchitecten gesproken. De keuze was toen snel gemaakt.”

Wat spreekt je aan in het thema ‘landschap’?

“Vooral hoe je omgaat met natuurgebieden en recreatie, landbouw en natuur, … Dit lag in de lijn van mijn bachelorproef, het fruitspoor tussen Sint-Truiden en Tongeren. Daarnaast ook hoe je heel veel kunt lezen in een landschap en hoe je door de historische lagen boven elkaar te leggen terug tot een nieuwe laag kan komen. Wat me zeer sterk aanspreekt is hoe je mensen kan samenbrengen binnen een landschap. Dit komt steeds sterk terug in mijn projecten.”

Welke zaken uit je opleiding zijn belangrijk geweest in functie van je kijk op het landschap? Wat uit je Bacheloropleiding zal je het meest bij blijven?

“Dat is een moeilijke vraag… Ik denk eigenlijk de verscheidenheid aan lessen. We hebben onder andere zeer praktische kennis opgedaan. Dit merk ik bij mensen uit de bachelor in Wageningen, zij hebben bijvoorbeeld minder basiskennis over plantenkennis en materialen. Aan de andere kant ook de grote concepten zoals het historische of ecologische aspect van het landschap. Door de studie kijk ik veel meer naar de diversiteit aan elementen in het landschap. Nu ben ik constant afgeleid en zit ik altijd naar zaken in het landschap te kijken. Ik merk dat in mijn verhalen, als ik plots iets zie, dan moet ik daar iets over vertellen (lacht), ook mijn vrienden merken dit op.”

Welke uitdagingen zie je voor landschaps- en tuinarchitectuur in de toekomst, in Vlaanderen en daarbuiten?

“Eerst en vooral, wat ik nu in de master heb gezien, is dat landschaps- en tuinarchitecten meer overtuigd mogen zijn van wat ze doen. Vaak is het een beroep dat wat achterwege wordt gedrukt, maar toch zeer belangrijk is. Zeker ook omdat het aantal mensen in steden steeds stijgt. Daarnaast is het behoud van open ruimte ook zeer belangrijk. Wat we doen is supergoed, en we mogen daarvoor pleiten!”

Wat zijn volgens jou de belangrijkste kernkwaliteiten die een landschaps- en tuinarchitect moet bezitten?

“Creativiteit sowieso, omdat je moet kunnen verbeelden wat er nog niet is, wat niet altijd zeer makkelijk is. Daarnaast ook kunnen samenwerken met andere disciplines, omdat we van alles een beetje weten, maar van niets echt genoeg. Soms mogen we onszelf niet overschatten en is het beter om andere mensen met expertises in te schakelen.”

Hoe ziet jou (nabije) toekomst er uit?

“Nu ben ik een master Landschapsarchitectuur in Wageningen begonnen. Daar zit terug een stage in, wat ik supertof vind. Die zou ik graag in Nederland doen omdat ik vorig jaar in Frankrijk stage heb gelopen. Zo hoop ik wat verschillende kanten van het vakgebied te zien. Voor mijn thesis wil ik graag iets helemaal anders doen, misschien een ontwikkelingsproject in Zuid-Amerika. Om zo verschillende invloeden van overal binnen te krijgen. En daarna heb ik nog geen idee wat ik ga doen. Waarschijnlijk beginnen werken omdat dat dan wel eens tijd wordt, maar ik weet nog niet goed waar dat wordt.”

nieuws

archief